My Grandfather Ben Sellmeijer

Rhenen – – Halverwege de wandeling over de Grebbeberg laat Coby ter Haar-Sellmeijer bij een kazemat foto’s uit 1940 van haar vader zien. Lachend staat Ben Sellmeijer, toen 35 jaar, met andere militairen op de foto.

Nederlandse militairen voor hun kazemat op de Grebbeberg, kort voor de slag met de Duitsers op 10 mei 1940. Tweede van links: Ben Sellmeijer (mijn opa!)

„Mijn vader was al in dienst geweest, maar moest in de mobilisatie weer opkomen. Alle mannen die konden vechten, werden opgeroepen.” De militairen poseren bij een kazemat, de scheppen over de schouder. Op 10 mei 1940, vandaag precies zeventig jaar geleden, barstte hier het oorlogsgeweld los dat mede de inleiding zou vormen voor vijf jaar Duitse bezetting. Coby ter Haar is deze zaterdag met haar man en kinderen naar Rhenen gekomen om de rondwandeling van de stichting De Greb mee te maken. Ze willen nu wel eens met eigen ogen zien waar hun in 2000 overleden (groot)vader heeft gevochten.

De belangstelling voor de Slag om de Grebbeberg neemt gestaag toe. Lange tijd werd de drie dagen durende slag een beetje weggemoffeld in de geschiedenisboekjes omdat het slecht geoefende en slecht bewapende Nederlandse leger nauwelijks weerstand zou hebben geboden tegen de Duitse overmacht. Dat beeld is inmiddels behoorlijk bijgesteld. Nederlandse infanteristen hebben ondanks de belabberde voorbereiding drie dagen lang stand weten te houden en de Duitse troepen forse verliezen toegebracht (zie kader).

Op de Grebbeberg werd de eenheid van Ben Sellmeijer van alle kanten beschoten. „Duitsers zaten in de bomen en schoten op de Nederlandse militairen”, vertelt dochter Coby. „Om mijn vader heen viel de één na de ander dood neer. Een luitenant gaf mijn vader een opdracht. Toen mijn vader naar hem omkeek, werd die luitenant door zijn hoofd geschoten.”

Sellmeijer kwam als ’zenuwlijder’ terug van de Grebbeberg. „Hij was altijd nerveus, had nachtmerries en maagklachten. Maar hij wist toch de draad van het leven weer op te pakken.” Naar de Grebbeberg is Sellmeijer nooit teruggeweest. „Ik denk dat je niet terug wilt naar een plek waar je zoveel ellende hebt meegemaakt.”

Onder de ruim dertig deelnemers aan de wandeling zijn er meer met persoonlijke herinneringen. Eddy Koops (67) heeft als tweede naam Kees, naar Kees Wind, een dienstmaat van zijn vader die in de meidagen van 1940 op een mijn stapte en omkwam. „Mijn vader zat bij de Huzaren van Boreel. Die zijn uit Renkum en Oosterbeek in Rhenen bij een viaduct vast komen te zitten. Mijn vader is toen gewond afgevoerd naar Rotterdam. Jaren geleden ben ik hier met mijn vader geweest. Ik dacht: ik moet de loop toch nog eens maken.”

Bij de ingang van het militair ereveld liggen nog de kransen en bloemen van de Dodenherdenking die de Koninklijke Landmacht hier elk jaar op 4 mei houdt. Aan het eind van de wandeling geeft Coby ter Haar de foto’s en een kopie van het oorlogszakboekje van haar vader aan de gids van stichting De Greb. „Achteraf denk ik: ik had er misschien meer aandacht aan moeten besteden toen mijn vader nog leefde. Als je ouder wordt, ga je je meer realiseren wat hij heeft meegemaakt.”